E-nummers: zijn ze eigenlijk wel zo slecht?

E-nummers. Je ziet ze op een verpakking en denkt al snel: dat is niet goed. Zeker bij bewerkte producten gebeurt dat. En vleesvervangers krijgen dat ook vaak mee, omdat ze nu eenmaal verschillende toevoegingen bevatten. Maar klopt dat eigenlijk wel? Zijn E-nummers echt zo’n probleem, of hebben ze een beetje een slechte naam gekregen? We lopen het samen even door.

Wat zijn E-nummers?

E-nummers zijn simpel gezegd andere namen voor voedseladditieven. Stoffen die worden toegevoegd met een duidelijk doel. Bijvoorbeeld om iets langer houdbaar te maken, de smaak net wat voller te krijgen, de kleur mooi te houden of de structuur lekker stevig of romig te maken (1,4). Daarnaast bestaan er ook indirecte voedseladditieven. Dat zijn stoffen die niet bewust worden toegevoegd, maar bijvoorbeeld via verpakkingsmateriaal of kookgerei in kleine hoeveelheden in eten terecht kunnen komen (2).

Zijn E-nummers schadelijk?

Het korte antwoord: nee. Voor elk E-nummer wordt door de European Food Safety Authority, de EFSA, een veilige grens vastgesteld. Dat heet de Aanvaardbare Dagelijkse Inname, oftewel ADI. Dat is de hoeveelheid die je elke dag, je hele leven lang, kunt binnenkrijgen zonder dat het risico oplevert voor je gezondheid.

Bij het bepalen van die grens worden ruime veiligheidsmarges gebruikt. Daarna wordt gekeken hoeveel mensen gemiddeld van een product eten. In de praktijk liggen de hoeveelheden E-nummers in producten daardoor ruim onder de grens waarbij gezondheidsklachten zouden kunnen ontstaan.
En daar blijft het niet bij. Alle E-nummers in Europa worden streng gecontroleerd en regelmatig opnieuw beoordeeld. Blijkt iets toch niet helemaal te kloppen, dan wordt het aangepast of zelfs verboden (1,4).

Waar komt de negatieve aandacht vandaan?

Toch voelen veel mensen zich er niet helemaal prettig bij. En dat is best begrijpelijk. Op social media en in populaire media worden E-nummers regelmatig neergezet als schadelijk of “chemisch”. Dat soort berichten blijven hangen (4). Maar vaak zit het echte verhaal ergens anders.

Veel ultra-bewerkte producten bevatten namelijk naast E-nummers ook relatief veel calorieën, toegevoegde suikers, verzadigde vetten en zout. Het is vooral die totale samenstelling die een product minder goed in balans maakt. Niet de E-nummers op zichzelf (3).

En hoe zit dat met vleesvervangers?

Vleesvervangers zijn bewerkte producten en bevatten daarom regelmatig E-nummers. Dat is niet zo gek, want ze moeten ook gewoon lekker zijn.
Maar dat betekent niet automatisch dat ze ongezond zijn. Als je wilt bepalen of iets bij je past, is het handiger om naar het geheel te kijken. Hoe zit het met eiwitten, ijzer en vitamine B12? En hoeveel zout, verzadigde vetten en toegevoegde suikers zitten erin?

Als dat goed in balans is, kan een vleesvervanger met E-nummers prima passen in wat je eet (4,5).
Dus zie je een ingrediëntenlijst met een aantal E-nummers? Kijk even verder. Wat zit er nog meer in? Misschien wissel je toch eens naar een vleesvervanger. Of blijf je toch bij wat je kent?

​​1. European Commission. (2026). Additives. food.ec.europa.eu/food-safety/food-improvement-agents/additives_en
​2. FDA. (2026). Food Packaging & Other Substances that Come in Contact with Food – Information for Consumers. fda.gov/food/food-ingredients-packaging/food-packaging-other-substances-come-contact-food-information-consumers
​3. Monteiro, C.A., Cannon, G., Lawrence, M., Costa Louzada, M.L. and Pereira Machado, P. 2019. Ultra-processed foods, diet quality, and health using the NOVA classification system. Rome, FAO.
​4. Voedingscentrum. (2026). E-nummers. voedingscentrum.nl/encyclopedie/e-nummers.aspx
​5. Voedingscentrum. (2026). Vegetarische producten (vleesvervangers). voedingscentrum.nl/encyclopedie/vleesvervangers.aspx

Tekst: Luna Logemann

Zin om mee te wisselen?

Schrijf je in voor de Wissel ’ns Wat!-nieuwsbrief en krijg het hele jaar door ideeën om vaker plantaardig te kiezen — op jouw manier!

Nee dank je!